V L D N

Verslag van het congres in Sittard 2003

Het 29e congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde werd gehouden op zaterdag 22 november 2003 in het Euregionaal Sport- en Congrescentrum te Sittard. Het thema luidde:

Schrijftaal, dialect en namen in het land van Gulik.

Voorzitter prof. dr. Jan Goossens opent het congres omstreeks 10 uur in aanwezigheid van de heer Hansen, loco-burgemeester van Sittard-Geleen, en ruim 70 congresbezoekers. Als verwelkoming ontvangen de aanwezigen naast de gebruikelijke congresbundel een heemkundig werk over de stad Geleen, aangeboden door het stadsbestuur.

Historicus drs. A. Janssen uit Sittard geeft een bondig overzicht van 7500 jaar Sittardse geschiedenis, beginnend bij de bandkeramische nederzetting en de Romeinse tijd, vervolgens over het beroemde Merovingische grafveld (tuimelbekers, boomzerk), de oorsprong van de stadsnaam (Sieter 1157, toponiem op Kolleberg), het oude zaalkerkje dat later de eerbiedwaardige Sint-Pieterskerk zou worden, Walram de Goede, die in de 13e eeuw aan de stad Sittard het patronaat van de H. Petrus schonk, over de verdiensten van Walram van Valkenburg (o.a. vestiging van het kapittel), de oudste houten koorbanken van Nederland, de geestelijke oriëntatie op het prins-bisdom Luik tot uiteindelijk de opname in het Koninkrijk der Nederlanden en de nieuwe noord-zuidoriëntatie in de 20e eeuw.

De spreker eindigt met een ode van de Sittardse dichter Felix Rutten aan zijn stad.

Lic. Jan Segers verkent vervolgens de voornaamgeving in Sittard aan de hand van studies van Mooren, Eussen, Devos en eigen onderzoek. Hij besluit dat de meest gebruikte voornaam, bij meisjes zowel als bij jongens, Maria is.

Het is al haast middag als prof dr. Alex Wethlij met verve de historische schrijftaal in Sittardse oorkonden uit medio 14e tot medio 15e eeuw onder de loep neemt. Hij geeft een verbluffend volledig overzicht van de destijds gehanteerde spelling van vocalen, consonanten en veel voorkomende bij- en voornaamwoorden.

Na het middagmaal wordt traditioneel de algemene jaarvergadering gehouden. De secretaris kondigt het afscheid aan van huidig voorzitter Jan Goossens, die 30 jaar lang de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde heeft geleid.

Uit het activiteitenverslag van het afgelopen jaar onthouden we de ontwikkeling van een eigen nieuwe website. De vereniging biedt zoals voorheen dienstverlening inzake dialectologie en naamkunde aan geïnteresseerden, vaak jongeren en studerenden. De aanwezige leden ontvangen het nieuwe jaarboek. Diverse agendapunten en voorstellen worden besproken. De vergadering keurt het kasverslag van de penningmeester goed. Ondanks voorzichtig beheer was een licht negatief saldo niet te vermijden. Pierre Bakkes heeft voor het voorzitterschap van de vereniging gekandideerd en wordt met haast algemeenheid van stemmen tot voorzitter gekozen. Als nieuwe bestuursleden worden met algemeenheid van stemmen aanvaard: Dany Jaspers uit Spalbeek (wonend en werkzaam in Brussel, docent Hogeschool voor Wetenschap & Kunst); Miet Ooms uit Herk-de-Stad (lerares en medewerkster aan de woordenboekprojecten K.U. Leuven), Frans Walraven uit Sittard (bestuurslid en oud-voorzitter van Veldeke Limburg) en Michiel de Vaan uit Helden (wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit te Leiden).

Er volgt een geleid historisch bezoek aan het stadscentrum en een verkwikkende wandeling langs de schilderachtige omwalling (13-14e eeuw) van Sittard.

Om 16.30 uur spreekt dr. Ann Marynissen over de evolutie van de schrijftaal in het zuidoosten van Nederlands-Limburg onder de titel “Limburgers worden Nederlanders. Over de vernederlandsing van het zuidoosten van Nederlands-Limburg.” (einde 18e tot begin 20e eeuw). Het Duits was vanouds de taal van de kerk. Het Nederlands werd de taal van de overheid, maar genoot aanvankelijk weinig aanzien. Het Duits verdwijnt definitief na de Eerste Wereldoorlog.

Tot slot gaat prof. dr. José Cajot dieper in op de structuur van het dialectlandschap aan de Sittardse flessenhals en in het Duitse Selfkant. Aan de hand van talrijke kaarten toont hij aan dat de dialectale opbouw grotendeels het resultaat is van een zuid-noordbeweging van Hoogduitse resp. oost-westbeweging van Keulerlandse karakteristieken enerzijds en van een oost- of zuidoostwaartse expansie van West-Nederfrankische (of Brabants-Hollandse) innovaties anderzijds. Ook besteedt hij aandacht aan de recente drempelvorming die aan de staatsgrenzen en de Nederlands-Duitse cultuurtaalgrens toegeschreven moet worden. Ten slotte blijkt uit een aantal kaartbeelden ook de Nederlandse invloed op het Duitse Selfkantgebiedje dat van 1949 tot 1963 onder Nederlands bestuur geplaatst was.

De voorzitter sluit het congres omstreeks 18.30 uur, waarna door de vereniging aan de aanwezigen een drankje wordt aangeboden in het congrescentrum.