V L D N

Verslag van het congres in Maaseik 2004

Het 30e congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde werd gehouden op zaterdag 20 november 2004 in Zaal van Eyk te Maaseik. Het thema luidde:

Dialecten en namen in het gebied van de Maaslandse lappendeken.

Het is een van de best bezochte congressen uit de geschiedenis van de VLDN: ruim 100 personen bezoeken de lezingen in de ruime feestzaal te Maaseik. Omstreeks 10 uur opent de voorzitter dr. Pierre Bakkes het congres.

Als eerste spreker treedt op dr. Roger Janssen, kruisheer van het college van de Kruisheren te Maaseik en tevens historicus, die de rol van Maaseik als regionaal centrum belicht op basis van de nieuwste historische inzichten op dat gebied.

Lic. Jan Segers neemt het woord van hem over en doet verslag van zijn onderzoek naar de Erfnamen en hun functie in oostelijk Belgisch-Limburg, meer in het bijzonder in de Oetervallei. Hij gaat in op de definitie van het begrip erfnaam, de verschillende onderverdelingen die in de herkomst van erfnamen gemaakt kunnen worden, en geeft een overzicht per eeuw (tussen 1500 en 1900) van de erven van Opoeteren. De nabijheid van deze plaats bij Maaseik maakt, dat veel toehoorders kreten van herkenning slaken. Tenslotte trekt de spreker enkele conclusies over de rol van de erfnamen in de vroegere agrarische maatschappij, en hun status als nederzettingsnaam.

Martin Boonen behandelt vervolgens Elementen uit de Maaseiker en Maaslandse toponymie. Hij gaat in op de oorspronkelijke structuur van de nederzettingen tussen Maas en Kempen, en de straatnamen die logisch volgen uit de functie van de straten. Daarna geeft hij een overzicht van de toponiemen in het Maasland, geordend naar hun periode van ontstaan, de taal waarin ze zijn gesteld en de functie waarnaar ze verwijzen. Zo noemt hij de prehistorische laag waternamen (Maas, Roer, Itter, etc.), de Galloromeinse plaatsnamen (Kessel, Maastricht, Tongeren, etc.; ook de namen met het achtervoegsel -acum), en de Frankische namen. Deze laatste maken veruit het grootste deel uit: zo zijn er de plaatsen die benoemd zijn naar hun begroeiing, naar het reliëf, naar de vorm of gesteldheid van het terrein, namen op -ingen, op -heem of varianten daarvan, op -hoven, op -rode of -rade, en ten slotte namen die naar de kerstening verwijzen. Van de belangrijkste typen toont Boonen een verspreidingskaartje binnen Limburg.

Na de lunch volgen twee algemene vergaderingen, een bijzondere en een algemene. De bijzondere algemene vergadering is noodzakelijk om een wijziging in de statuten van de Vereniging te kunnen doorvoeren, een wijziging die nodig is geworden door een wijziging in de wetgeving op de Belgische VZW’s. Aangezien de statuten voor 1 januari 2005 gewijzigd moeten zijn, en er een quorum van de helft plus één van de leden van de Vereniging vereist is om tot wijziging te kunnen besluiten, heeft het bestuur iedereen op het hart gedrukt om vooral naar de vergadering te komen, of een machtiging af te geven. Dit heeft succes gehad: het quorum wordt ruimschoots gehaald. Na een korte discussie over enkele hoofdpunten gaat de Algemene Vergadering bij ruime meerderheid akkoord met de voorgestelde statuutswijziging. Hierna volgt de gewone algemene vergadering, waarin o.a. het activiteitenverslag en het kasverslag aan de orde komen.

Daarmee is het tijd geworden voor een bezoek aan het historisch centrum van de stad Maaseik, met name het Vrijthof, onder leiding van deskundige plaatselijke gidsen. Ondanks dat het gaandeweg steeds steviger gaat regenen, keert iedereen hier met extra kennis en een opgefriste geest terug naar de congreszaal.

Lic. Miet Ooms wijdt het publiek daarna in in de systematiek en de uitzonderingen van de historische schrijftaal in Maaseiker oorkonden van 1341 tot 1512. Ze stelt vast dat in de oorkondentaal van Maaseik uit de periode 1341 – 1512 in de voornaamwoorden heel wat ontwikkelingen gebeuren. In de eerste plaats zijn er voornaamwoorden die gewoonweg niet veranderen, en duidelijk op invloed van vooral het oosten wijzen: ich, sich en he. In de tweede groep plaatst ze de voornaamwoorden die onder invloed van Brabant of Keulen veranderen: weer (wij), ons (os, uns), haar (hoer) / hun, sij en sijn. Heel wat van die voornaamwoorden leunen vooral bij Keulen aan, maar minstens even vaak duiken er in de loop van de periode Brabantse invloeden op. Tenslotte duidt ze de voornaamwoorden aan die een eigen Oostmiddelnederlands vocalisme hadden, een vocalisme dat verder oostelijk of westelijk niet voorkwam: hoer, hoem, hoen (haar, hem, hun). In ieder geval blijkt op het einde van de rit dat de Maaseikse schrijftaal in het begin van de zestiende eeuw weliswaar wel westelijke invloed ondervonden heeft, maar allesbehalve verbrabantst is.

Als laatste spreker behandelt Lic. Joke Verbeek enkele aspecten uit de fonologie van het Kinroois en het Maaseiks. Zij geeft een korte voorstelling van het onderzoeksgebied en de werkwijze voor haar eindverhandeling, gevolgd door een beschrijving van het klinkersysteem van Kinrooi en Maaseik. Daarna gaat ze in op tien klankaspecten die opvallend of typerend zijn voor de dialecten van Kinrooi, Maaseik en het gebied tussen laatstgenoemde stad, Weert en Roermond. Enkele voorbeelden van zulke kenmerken zijn: het al dan niet voorkomen van mouillering; t-deletie; rekkingen en verkortingen voor r + dentaal; de Maaseikse diftongering van ie, uu en oe; en de andere realisatie van a voor historische l + d/t.

Na afloop van het congres worden de bezoekers door het gemeentebestuur van Maaseik ontvangen in de monumentale raadszaal van het stadhuis. Hier treedt ook de volksmuziekgroep De Wanmiële op, die gelegenheid geeft om nader kennis te maken met het overdag over het dialect geleerde.