V L D N

Verslag van het VLDN-congres 2010 te Beringen

Op zaterdag 27 november 2010 komen een zestigtal leden en belangstellenden bijeen in het Casino te Beringen voor het 36e congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde met als thema:

Dialecten, namen en geschiedenis op de grens van het Brabants en het Limburgs.

Na de verwelkoming van de deelnemers opent de nieuwe voorzitter Michiel de Vaan het congres met een korte terugblik op het 35-jarige bestaan van de Vereniging voor Limburgse Dialect en Naamkunde. Nadien neemt dhr. Chris Cierpial van Kiosk, Heemkring Beringen-Paal, het woord voor een historische inleiding met als passende titel Beringen historisch. Hij schetst in grote lijnen de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van Beringen.

Als tweede spreker heeft dr. Vic Mennen het over De nederzettingsnamen in het stroomgebied van de Zwarte Beek en de Mangelbeek, het gebied tussen het Land van Vogelzang en het noordoostelijke deel van Vlaams-Brabant. Het uitgangspunt voor dit onderzoek is de hydrografie. Naast de namen van gemeenten en gehuchten komen ook de namen van enkele individuele hoven die de basisnederzettingen voor de latere gehuchten vormden aan bod. Hoewel veruit het grootste aantal van de nederzettingsnamen tussen Zwarte Beek en Mangelbeek natuurnamen zijn, vormt het nederzettingsnamenpakket in het onderzochte gebied geen homogeen geheel.

De laatste spreker van de ochtendsessie is lic. Jan Segers, die dieper ingaat op Familienamen in Beringen en de andere mijngemeenten. Hij gaat na of de lexicale categorieën in Beringen en de andere mijngemeenten (Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren, Genk, Maasmechelen) op dezelfde manier en in dezelfde mate voorkomen als in de provincie als geheel en of de variatie in spelling, fonologie en morfosyntaxis er evenzeer geldt. Daaruit blijkt dat de voornaamste kenmerken van de traditionele Vlaamse familienaamgeving ook in de mijngemeenten aanwezig zijn. Voorts heeft hij kunnen vaststellen dat de Turken de enige immigrantengroep zijn die erin geslaagd is om in de top 50 van de familienamen in de mijngemeenten door te stoten. Een deel van de bijdrage is dan ook gewijd aan Turkse familienamen en hun betekenis in de mijngemeenten.

Na een Limburgse koffietafel volgt een algemene huishoudelijke vergadering met verenigingsnieuws waarin ook de vorige voorzitter, Pierre Bakkes, en voormalig secretaris, Jan Segers, van harte bedankt worden voor hun jarenlange enthousiasme en inzet voor de vereniging.

In de eerste lezing van de dialectologische middagsessie behandelen dr. Har Brok en dr. Joep Kruijsen enkele Limburgse volksnamen van planten. In het eerste deel geeft Har Brok een inleiding tot de website ‘Plantennamen in de Nederlandse Dialecten’ (PLAND) van het Meertens Instituut, waarop onder meer een zeer omvangrijke verzameling van dialectbenamingen van voornamelijk wilde planten uit het Nederlandse taalgebied te vinden is en waar de gebruiker kaarten kan tekenen van de verspreiding van die namen. In het tweede deel bespreekt Joep Kruijsen de sleutelbloem (Primula veris L.). Aan de hand van het PLAND-materiaal voor de wilde sleutelbloem toont hij niet alleen de lexicale variatie van juist de plantbenamingen, maar ook hoe Limburgse en Brabantse verschijnselen in Beringen en omgeving een symbiose vormen.

De laatste spreker is drs. Ronny Keulen, die het heeft over Woorden en klanken op de grens van het Limburgs en het Brabants. Hij gaat na waarom het Beringerlands in o.m. het WLD als overgangszone bestempeld wordt en bespreekt de ligging van Beringen ten opzichte van de voornaamste dialectgrenzen in de omgeving. Eerst komen enkele kenmerken aan bod die Beringen gemeenschappelijk heeft met de oostelijke, Limburgse dialecten, vervolgens enkele verschijnselen waarbij Beringen aansluit bij de westelijke, Brabantse dialecten en ten slotte enkele elementen waarvoor Beringen met geen van beide volledige meedoet. Op het einde van zijn lezing gaat hij dieper in op de ligging van de Getelijn en het (geringe) belang ervan voor de dialecten in het noordwesten van Belgisch-Limburg.

Na de lezingen volgt een bezoek aan de mijngebouwen van Beringen onder leiding van ervaren gidsen. De dag wordt afgesloten op het stadhuis van Beringen waar de deelnemers van het congres een receptie wordt aangeboden door het stadsbestuur van Beringen. Na een korte toespraak van dhr. Selahattin Koçak, vijfde schepen van Beringen, worden verschillende korte dialectstukjes ten tonele gevoerd in het dialect van Beringen en omstreken door dhr. Lowie Tielens (Berrings), dhr. Richard Heyligen (Koersels), dhr. Lucien Lemmens (Koersels), dhr. Robert Leyssens (Bjêvels) en dhr. Maurice Diepvens (Buitings).